09 februari 2009

BOERDERIJEN

Hierbij doe ik een oproep tot iedereen om deze rubriek te helpen aanvullen - deze omvat de namen van de boerderijen van Sint-Joris met hun opeenvolgende uitbaters/eigenaars.

Uit een 17-de eeuwse studie van annalist P. Heinderijcx bleek dat Sint-Joris een landbouwstreek is, "het zijn vande beste landen van Veurneambacht."
De eerste statistieken omtrent de verspreiding van de boerderijen dateren van 1697 en werden opgemaakt door Anthone van Uutterecht, hoofdman van Sint-Joris . Hij was zelf landbouwer en daardoor zijn we overtuigd dat de gegevens betrouwbaar zijn.
In 1697 telde Sint-Joris 15 hofsteden, waarvan er 2 verlaten waren.
Na 1845 tellen we 13 grote en 2 kleine hoeven. [7 Hoeves bevonden zich aan de rechterijzerdijk, 6 aan de linkerijzerdijk en nog 2 kleinere hofstedes (van de We Arthur Inghelbrecht en Maes Charles) ]
In 1914 telden we 13 grote hoeven en 5 kleine (na WOI kwamen er niet minder dan 15 hoeves bij !)
In 1952 waren er 20 grote hoeven en 13 kleine
.

1. De Violette - Violettestraat
De oudste datering van de hoeve 'de Violette' vinden we terug op een kaart van het kaartenboek Lowys de Bersacques uit 1653 (Rekeningen Ten Duinen, 172). Dit boek is terug te vinden in het Archief van het Seminarie te Brugge.
Voor 1914 stond de boerderij in de linkerhoek van de weide links van het huidig woonhuis. Door de grote ravage van WO I werd beslist in 1920 de boerderij herop te bouwen op de huidige hofplaats.
  • Loones Victor, zoon van Franciscus en Florizoone Amelia (° 28/09/1847 Oostduinkerke) huwde te Oostduinkerke op 25/10/1882 met Torreele Justine (° 13/08/1854 Oostduinkerke) In 1894 verhuisden ze van hun boerderij te Oostduinkerke naar de hoeve de Violette. Uiteindelijk moesten ze in 1914 de hoeve verlaten door WO I.
  • Loones Aimé, zoon van Victor (° 13/05/1897 Sint-Joris a/Yzer - + 19/08/1973 Oostende) - Huwde op 19/05/1926 te Stuivekenskerke met Peelman Mathilde (° 12/04/1903 Heusden-Gent - + 05/02/1964 Nieuwpoort). Aimé bouwde de Violette terug op in 1920 en zou er blijven tot 1962. Zijn zoon nam vanaf dan de boerderij over.
  • Loones Gentil, zoon van Aimé (° 29/06/1927 Sint-Joris a/Yzer - + 16/02/2004 Sint-Joris a/Yzer) huwde op 15/09/1953 te Nieuwpoort met zijn grote jeugdliefde Augustyn-Verbrugge Angeline (° 18/10/1928 - + 21/06/1987 Oostende). Na het overlijden van Gentil werd de hoeve verkocht.
  • Familie Rudi & Solange Swinnen (2005 -)

2. Hoeve familie Loones - Schoorbakkestraat - Transportbedrijf 'De Trekvogel'
Deze hoeve werd gebouwd na de eerste Wereldoorlog.

  • Loones Emiel ( neef van Loones Aimé, van de hoeve de Violette) & Dumon Alida
  • Loones Maria & Vansteenland Gentiel (dochter van Emiel )
  • Loones Florent & Vansteenland Maria (na overlijden van Gentiel, is broer Florent op de boerderij gekomen)
  • Loones Roger en zoon Loones Peter

3. Ter Stille - Schoorbakkestraat - Hoevetoerisme

  • Hoornaert Aloïs
  • Lammerant Marcel & Alice( -1967)
  • Stroo Gilbert & Sesier Marie-Rose (1967- )

4. Hoeve Ter Styllen - Schoorbakkestraat - Paardenpension

  • Defever Cyriel
  • Clarysse René & Roelens Emma
  • Provost & Vanoverschelde Romanie
  • Pruvost Kamiel & Martha
  • Pruvost Maria & Buysse Marc

5. Hoeve familie Mattelin - Brugse Steenweg
Boerderij brandde af na gasontploffing

  • Pitteljon Jerome
  • Beyne Louis & Alice
  • Beyne Margriet (dochter van Louis) & Mattelin Pierre (zoon Mattelin August)

6. Hoeve familie Maes - Brugse steenweg


Bestaat zeker al sedert 1845 als kleinere hoeve . Voor WOI was hier ook het gemeentehuis ondergebracht.

  • Maes Charles
  • Maes Charles
  • Kinderen Maes

7. Eendenhof - Brugsesteenweg - Catwalk Horse Team

  • Mus Henri
  • Hillewaere Henri & Averyn
  • Hillewaere Camiel & Elvira Willem
  • Hillewaere Willy & Loones Monique
  • Detry Stephan

8.

  • Esther Cerinius
  • Inghelbrecht Arthur &
  • Inghelbrecht Gerard &

9.

  • Meul Charles
  • Meul Florent (zoon van Charles) en Hilda

10. Laagland

Deze boerderij werd gebouwd na WOI op grond van de familie Vandevelde.




  • Stroo Cyriel & Alice Vanoverschelde
  • Stroo Simon (zoon van Cyriel) & Slembrouck Yvonne

11. Klein Nieuwlandpolderhof

  • Willem Maurice & Ramboer Yvonne (Willem is de broer van Elvira Willem die gehuwd was met Hillewaere Camiel)
  • Defruyt Lucien (1957-1990)
  • Defruyt Geert & Vanhee Dorine (1990 - )

12.

  • Portier Aloïs & Leonie
  • Mattelin August & Irma Vanderghote
  • Mattelin André & Godelieve Devreese
  • Mattelin Stefaan

13. Rode Poort

  • Vandevelde Michiel (°30/09/1721 in Booitshoeke). Hij trouwde, 27 jaar oud, in 1748 met Godelieve Victoria Provoost (°30/08/1719 in Oudekapelle). Zij was de weduwe van Pieter François Ketelers (+06/05/1747). Pieter François en Victoria boerden op de Roode Poort. Michiel Vandevelde was landbouwer, hooftman en kerkmeester. Hij overleed op 23/02/1777 in Sint-Joris. Godelieve Victoria is overleden op 03/02/1802 in Diksmuide.


  • Vandevelde Joannes Franciscus Eugenius (°14/11/1752 in Sint-Joris ; +10/03/1800 in Sint-Joris), zoon van Michiel en Godelieve Victoria. Hij huwde met Anne Therese Zwaenepoel (°1759 in Zoutenaaie ; + 17/12/1832 in Nieuwpoort).


  • Vandevelde Henricus Josephus (°23/05/1791 in Sint-Joris; + 25/10/1870 in Nieuwpoort), zoon van Joannes Franciscus Eugenius Vandevelde en Anne Therese Zwaenepoel. Hij trouwde op 03/04/1826 in Ramskapelle met Isabella Rosalia Jonckheere (°10/06/1805 in Ramskapelle ; +21/04/1827 in Sint-Joris).Henricus Josephus hertrouwde op 26/10/1835 in Schore met Sophia Christina Vandamme (°03/12/1810 te Schore).


  • Vandevelde Carolus Ludovicus (°06/05/1844 in Sint-Joris), zoon van Henricus Josephus en Sophia Christina Vandamme. Carolus Ludovicus is overleden in 1907. Hij huwde met Amelia Feys (°1849 in Sint-Rijkers ; + 1924). Beiden zijn begraven in Sint-Joris.


  • Vandevelde Cyrille Emile (°30/01/1878 in Sint-Joris), zoon van Carolus en Amelia. Hij is overleden op 29/05/1973 in Ramskapelle. Hij huwde met Alice Broucke (°19/05/1882 in Eernegem ; + 01/03/1967 in Ramskapelle).
  • De volgende Vandevelde was mijn vader André Jules Marie Vandevelde (°26/07/1911 in Sint-Joris). Hij huwde Alice Kerckhof (°24/08/1920 in Stalhille ; +24/11/1992 in Oostende).


  • De huidige landbouwer van de Roode Poort is mijn broer Charles Vandevelde, gehuwd met Lieve Vanwalleghem.( auteur M-Christine Vandevelde)

14.

  • Ryckewaert Hyppoliet
  • Meul Alfons
  • Meul Gilbert & Paula Dieleman
  • Meul Johan & Ria Coolaert

15.

  • Portier Emiel
  • Dezaeyer August & Sarrazijn Louise
  • Dezaeyer Pieter & Hubrecht Irma
  • Dezaeyer André & Houthoofd Marcella

16.

  • Tavernier Karel
  • Slembrouck Gaston & Rabaey Maria
  • Slembrouck Pierre & Houthoofd Andrea

17. Deze hoeve werd na 1918 verplaatst naar de hofstede van E. Jacobs
Verstegen Lodewijk


18. Deze hoeve werd na 1918 verplaatst naar de hofstede van Ch. Meul

  • Denecker Ernest

19. Verbrugges doeningsje


Deze hoeve noemde oorspronkelijk ‘den kalkoven’.

  • Op notarisakten is terug te vinden dat de eigenaar ene Frans De Jaegher was. Zijn echtgenote noemde Xaveria Van De Casteele.
  • Na hun overlijden werd deze eigendom toegewezen aan hun zoon Louis De Jaeger, die rijksveearts en grondbezittter was, wonende te Nieuwpoort.
  • De hoeve werd (onder Frans De Jaeger) uitgebaat door Hendrik Verbrugge en zijn vrouw Anne-Marie le Roy. Bij akte van 17 april 1855, verleden bij Meester Désiré De Brauwere werden zij de eigenaars.
  • Na het overlijden van Hendrik en zijn vrouw Anne-Marie le Roy, werd de boerderij toebedeeld aan zoon Frans Verbrugge en z’n vrouw Sophia-Rosalia Legein (dochter van burgemeester Ludovicus Legein).
  • Na hun overlijden baatten de Kinders Verbrugge de boerderij verder uit. Tot de laatste thuiswonende Verbrugge overleed.
    Op dit moment waren dan mijn grootvader Joris Verbrugge en neef Georges Verbrugge de enige erfgenamen-eigenaars.Er werd overgegaan tot een openbare verkoop op 31-10-1968.
  • Het hofstedeke werd toegewezen aan mevrouw Jeanne-Madeleine Claeyssens (van ‘les Pommiers)
  • Na het overlijden van Mevr. Claeyssens werd in 1981 alles toegewezen aan haar zoon Michel Moens. Die zou het later verkopen.
  • Uiteindelijk werd op 6 juni 1984, Johan Vandewynckel de nieuwe eigenaar.

09 januari 2009

Foto 1917 - Eddy Lambrecht

Vandaag ontving ik van Eddy Lambrecht een Duitse foto uit het jaar 1917. Daarop zijn terug te vinden : hoeve de Violette (fam Swinnen) , Terstille (fam Gilbert Stroo) en de Rijckenhoek (JP Vermeulen)

19 december 2008

Gedicht - Soldaat aan de IJzer

Een gedicht van Albert Megens


"Mijn" soldaat houdt sinds de junidagen van 1932 de wacht aan de oever van de IJzer. Vanuit Sint Joris tilt hij zijn blik over de rivier en laat die rusten in het polderland van Mannekensvere. Op ooghoogte, rechts van hem, verbindt de Uniebrug de gemeenten Nieuwpoort en Middelkerke, waartoe beide gehuchten respectievelijk behoren. Links van hem, op oneerbiedige afstand, raast het verkeer over de E-40, de autostrade die achter zijn rug naar onder meer Duinkerken en voor hem naar Oostende en Brugge leidt. De imposante, introverte schildwacht waakt over de honderdduizenden soldaten die tijdens de oorlog van 1914-1918 zijn gesneuveld. Het beeld werd hier geplaatst als eerbetoon aan de gevallenen van het Zevende Linieregiment tijdens de slag van de IJzer (van 17 tot 23 oktober 1914) en die van Lombardsijde (op 4 november 1914).


Aan de voet is de naam van de beeldhouwer vermeld. Deze signeerde met Ed. Vereyken. Hoogstwaarschijnlijk maakte hij de robuuste soldaat naar een aquarel van J. Hanot, gedateerd 1914. Het schilderijtje, in de zomer 1997 te zien op de expositie 'Fauvisme Front 1914- 1918' in de Vinkemkerk te Beauvoorde, is volgens de heer Luc Filliaert, een van de inrichters van voornoemde tentoonstelling, mogelijk later dan in 1914 maar in ruim voor 1932 vervaardigd. De heer Roger Rossey schrijft op 4 september 1997 aan de heer Etiënne Desaever (hoofd Dienst Toerisme & Cultuur van de stad Nieuwpoort): 'Na de oorlog werden honderden oorlogsmonumenten opgericht en ingehuldigd. Zoveel zelfs dat in de vroeg-twintigerjaren (tussen april en november) drie tot vier monumenten per week werden onthuld. Het is duidelijk dat de inspiratie van de beeldhouwers uitgeput raakte. En het is dus niet onmogelijk dat Ed. Vereyken het aquarel van Hanot als voorbeeld heeft genomen. "De geschiedenis van het bekoorlijke West-Vlaamse land en van de mensen die er wonen, is geenszins te begrijpen zonder dat men zich verdiept in de grote oorlog die daarin zijn diepe sporen nagelaten. Wie de dichter wil leren kennen, dient in diens werk door te dringen, want daarin houdt hij zich schuil.

1.
Sinds jaar en dag staat in Sint Joris een soldaat op wacht. Zijn uniform is dan ook uit de mode, zijn wapentuiga an onze gruwelen nauwelijks aangepast. Zij die vanuit Mannekensvere over de Uniebrug hem passeren, kijken op hem neer. Nochtans weet hij de meesten onder hen te imponeren. Zij knijpen in de rem en kijken om zich heen of zij zich vluchtig kunnen excuseren, nu zij daar staan, zo hoog, zo oog in oog met hem. Een enkeling daalt af tot bij de kademuur, zoals ik die eerste keer. Het was op het middaguur. De zon lekte bloed op de rivier. Ik had het kunnen weten: tegen de brute schoonheid van dit land bestaat nauwelijks verweer. Toen ik de aftocht blies, kwam er eindelijk beweging in de grenadier. Vreesde hij de dood die plassend van plezier zijn baantjes in de IJzer zwom en sloeg hij inderhaast zijn schaduw als een mantel om?


2.
Wat ik verafschuw, trekt mij aan. Hoe klein ook het dorp mag zijn, de dood staat er te kijk in steen, in brons, in porselein. Hij maait, hij graait maar wat. Kale jonkers met stokken en banier op oorlogspad, moedig dankzij het gisten van de domheid en het bier, schreeuwen luid om eigen waan en die van hun kanselier. In sukkeldraf gaan hen oudstrijders voor, (god weet waarom) van korporaal tot kletsmajoor met vaandels, slaande trom, te zijner eer tot in het graf. En ik? Ik volg gedwee zijn spoor, wanneer ik schrijf in regel, maat en woord, tot midden in mijn slaap waar ik het piepen van zijn adem hoor en op mijn moeders witte lijf zijn knoken in een slotaccoord.


3.
Is het de dood die zich verbeeldt hoe hij het slagveld van het snel verkeer de razernij beveelt, hoe zijn schaduw eenmaal lichtgeraakt zich neerlegt bij het korstmos op de kademuur voor hij mismaakt de spiegel van het water raakt? Wat trekt mij aan in hem? Het bulderen van zijn stem waarmee hij onverwijld de storm van zeehet land injaagt of het smiespelen met het riet wanneer hij de vermoorde onschuld speelt. Dit lage land is hem vertrouwd: hij kent er iedere greppel, elke kuil. Waar niemand hem vermoedt, houdt hij zich schuil, die lichtgeraakte infiltrant. In een blijmoedig kind dat om de hoek een boodschap haalt. In woorden zoet waar het naar taalt, legt hij een hinderlaag. Al is de oorlog uitgewoed, de wind geluwd, de lucht geklaard voor duif en ganzevoet, een bunker blijft een sarcofaag.


4.
Een boommossel knaagt aan zijn voet. Verwoed graaft hij zijn graf. Ten einde raad wordt in het sas de hand gelicht met voorschrift en gebod: het kwaad dient vlug gekeerd. Wellicht, denkt een batterij aan generaals, dat de vijand voor hoogwater zwicht. De zee gaat welgemoed aan land, vult de tranchées, terwijl de oorlog op zijn dooie akker verder woedt. Bij Pervijze valt een Senegalees en ook bij leper heeft de dood zijn zaakjes voor elkaar: de stad vernield, het British Empire uitgeteld en voor wie halsstarrig weerstand biedt met een grimas, heeft hij, scheutig als hij is, chloor- en mosterdgas. Wie van zijn bloeddorst ooit de dupe werd, die weet waarom de klaproos hier bachten de kupe roder is dan elders in berm of korenveld of langs de loop van een rivier.


5.
Aan de IJzer zoek ik nooit vertier, hoogstens mijn spiegelbeeld. Dat drijft voorbij waar ook de lucht ligt uitgesmeerd, in wolkenwit en hemelsblauw. Plots hoor ik achter mij de grenadier. Hij fluit mij zacht. Met deels verweerde beitelslag achter zonnedauw en schapengras brengt hij geroerd zijn rouwbeklag. Voor de officier in keurig Frans, in het Vlaams voor wie krepeert. Zijn loden jas stinkt naar carbid. Of is het kruid dat uit de plooien schiet? Op de rechterheup draagt hij een tas, een schop aan de andere kant. Hij lijkt mijn kleine vader wel, toenik nog aan zijn voeten lag. De blikwaarmee hij alles overzag: militant maar ook versteend van angst, en alleszins verongelijkt.


6.
Bij guichelheil en blaasjeskruid, bij zonneschijn en regenweer ga ik mijn dodengang. Bij het naderen van de brug hoor ik steevast zijn klaaggezang. Nochtans houdt hij de lippen op elkaar. De helm heeft hij afgezet, wellicht voor een dronk uit de rivier of voor een schietgebed. Hij klampt zich vast aan zijn geweer. Straks geeft hij grif de geest aan water, licht en vuur. De lucht betrekt bij toverslag. De wind steekt op. Het zand ontploft als eens op een novemberdag.


7.
Wie heeft zijn baard geknipt, zijn jas gekuist, het gras geplukt dat uit zijn laarzen sprong? Wie heeft de scheuren in de sokkel dichtgesmeerd, de trap gestut en deels het zilveren pad geasfalteerd? Zijn zwijgzaamheid heeft hij goddank niet afgelegd. Een visser die een lijn uitwerpt, zegt zonder schroom: 'Van Brussel kwam een camion, met borstel, beitel, hete stoom.' Zo kuist en slikt men doorgaans in dit land wat smoezelig werd van hogerhand, met afgewende blik voor zoete koek. Ik zie het bloederig neergaan van de zon als ik verwoed de zee met schuimbek en gegrom om hondenweer verzoek.


8.
Het is snikheet op deze laatste julidag. Met twee bomen aan de waterkant vielals bij donderslag het scherm dat zomers nog wat beschutting gaf. Wel is op zijn hoofd een vogel neergedaald, maar diep beneden heeft de vis het duur betaald.Zelfs de trouwe hengelaar heeft afgehaakt en ook de jager in het veld staat paf. Zij bedrinken zich in het café. De zilvervloot waarmee ik huiswaarts keer, trekt richting zee. Die stille ganggrijpt naar de keel. Toch blijft hij paraat, de introverte frontsoldaat, zelfs als de stank van het zinderendstrijdtoneel hem op de adem slaat.


9.
Hij tilt zijn blik over de riviertot in het land dat tegen snelvertiereen dam opwerpt. Torenhoog kalft het de kustlijn af. Onheilspellend snerpt de tram. Onder helmen hijst het gras de witte vlag. De zee toont nog respijt. Straks jaagtzij het volk de stuipen op het lijf, vloekt zij het stijf waarna het inderhaasten roodverbrand de aftocht blaast. Onverstoorbaar kijkt hij het na vanaf zijn hoge post. De schaduw van zijn jas valt over mij. Ik sla de ogen neer: opnieuw schoot ik tekort, werd hij door mij niet afgelost.


10.
0, lieve Astrid, moeder mijn, u balsemt mij met weemoed en weekhartigheid. Uw engelenstem ruist door mijn bloed, uw witte handen helen mij een leven lang, tot ik de angst voorbijben ingedamd en uitgewoed. De benen worden stram, de spieren stijf. De sokkel die mij draagt, scheurt hier en daar.Eenden gaan voorbij in vogelvlucht. De dag gaat onder zeil, de zon in een cliché. Ik die de tijd verdrijf met lezen en gezang, neig niettemin van lieverlee tot twijfelzucht. Doe ik het woord gestand of ga ik overstag voor luid gefluit of hoorngeschal ?Ik recht de rug en staar de polder in. De pen waarop ik schraag zoekt naar een tegenzin. Een ranke vrouw met mirtein het haar reikt mij een veldfles aan. Zo dorst ik naar de zoete wraak, die liefde heet, hoor zwijgend van haar ruggespraak.


11.
Hij is mijn onverschrokken kameraad die mij bij nacht en ontij wakker houdt en ook strijdlustig maakt. Hij heeft paraat wat ik voortdurend mis of mij ontschoten is: de lieve aandacht van een vrouw, moeders kus voor het slapengaan, de geur van stopverf envan henneptouw, een schamel woord waar ik naar gis.Blindelings zoek ik als frontsoldaat mijn weg, door greppels en langs struikgewas tot ik op de vijand stuit, armen en benen strek, de lippen plooi, en voor ik zwicht, een luchtig deuntje fluit. Wat ik bestrijd tot aan de laatste snik, heeft hij zich ingebeeld, monumentaal en toegewijdals een gedicht.

Gedicht over de Ijzer

De IJzer

Eerbiedig opgedragen aan Z. M. Koning Albert

Ik weet een klein, een klein Rivierken,
Rivierken in het Vlaamsche Land:
't Is krom en slom, maar wijkt geen zierken
Hoe 't aan zijn oevers spookt en brandt.
Het komt voor eigen Vrijheid uit:
't Rivierken weert, 't Rivierken stuit
Den vloed van vuur, van grauw venijn
Der duivels van den Rijn.

Dat klein Rivierken is zoo
Hoezee! 't Rivierken is de IJzer!

Ik weet een klein, een klein Soldaatken,
Soldaatken in het droeve oord...
't Rivierken is zijn trouwe maatken;
Soldaatken wordt het hart doorboord...
Rioeit op zijn graf een bloemken teer,
Soldaatken leeft in 't bloemken weer,
En brengt zijn Landjen nog een groet
Met 't bloemken van zijn bloed.

Dat klein Soldaatken is zoo groot
!Hoezee! 't Soldaatken van den IJzer l

Ik weet een Koning van klein Landje,
Ik weet een kleine Koningin.
Hun beeltnis straalt er op elk santje,
En 't santje straalt elk harte in...
De Koning en zijn Vrouwelijn,
Ze waken bij 't Rivierken klein,
Ze waken met 't Soldaatken mijn ..,
En als hij valt, ze planten 't kruis,
En weenen stil in 't Duinenhuis,
En plukken later 't Bloemken rein,
En vlechten 't Bloemken rood en schoon
In eene wondre Vrijheidskroon:
Voor 't Land, als 't Land weer vrij zal zijn!

Die Koning en die Koningin! Wat zijn ze groot!
Hoezee! de Vorsten van den IJzer!

Joh. De Maegt - Juni 1918.

Overgenomen uit: 'De Vlaamsche Ziel' - 'Brieven van het Yser-front'.
(Uitgeverij Meulenhoff - Amsterdam - 1918)

05 december 2008

kerkelijk leven na WO I - Juffr. Maria Maes

om mijn trouwste fans te belonen, zet ik er vlug nog een presentje bij juist zo voor 6 december. Een soort dagboekje dat juffrouw Marie Maes bijhield. Dank zij dit document kunnen we ons een beetje de sfeer van vroeger inbeelden.




04 december 2008

Wie heeft er familie in de Normandie ?

Hallo,

Zo pas verscheen Boulevard des Belges ou de la Flandre à la Normandie door Isabelle Kaanen-Vandenbulcke.

Bijzonder boeiend en uitstekend gedocumenteerd. Ik citeer uit de tekst op de omslag (in de originele taal ten behoeve van de lijstgenoten in Frankrijk!)

Avec la guerre 14-18, des milliers de Belges s'implantent en France, notamment en Normandie. La vague en appelle une autre et la communauté belge représente bientôt le principal groupe d' étrangers dans la province normande. Aujourd'hui, leurs descendants sont français. Seul le nom de famille trahit encore l' origine.

Le document est une page d'histoire, celle des liens séculaires entre la Belgique et la Normandie et Ie témoignage d'une symbiose de deux cultures. II donne matière à réflexion sur notre monde d'aujourd'hui, du processus de l' émigration jusqu' à l' assimilation au peuple d' accueil.
Boulevard des Belges vous transporte aux temps de la révolution industrielle avec ses saisonniers et ses chanteurs lyriques, puis vous projette sur les chemins de l'exode. II traduit l'espoir dans la rage de reconstruire. Le voyage se termine dans les champs de lin de Normandie, aujourd'hui les plus beaux du monde.

Isabelle KAANEN -VANDENBULCKE, Boulevard des Belges ou de la Flandre la Normandie, Bruxelles (Editions Racine) 2008
Editions Racine, 52, rue Defacqz, B-1050 Bruxelles
http://www.racine.be/


Warm aanbevolen!!

30 november 2008

WEDSTRIJD tussen landelijke gemeenten

Hieronder vind u de integrale versie van een speciaal boekje dat destijds werd uitgegeven door de gemeente Sint-Joris, onder het bewind van burgemeester Camiel HILLEWAERE
(met dank aan Monique LOONES)

Klik op het boekje !

WEDSTRIJD
tussen de landelijke gemeenten van de
arrondissementen VEURNE EN DIKSMUIDE
SINT JORIS a/ijzer




04 november 2008

Soldaten overleden te SINT-JORIS bij NIEUWPOORT
1. Soldaten overleden op de Hoeve 'De Violette'

Volgende soldaten lieten hun leven tijdens de gevechten van WO I op de hoeve 'De Violette' (met dank aan Herman Declerck http://www.pervijze.be/ en Maria De Bie)

  • ETIENNE Leon Louis Pierre geboren te Arendonk op 23/10/1890 en overleden te Sint-Joris en begraven op de Hoeve 'De Violette' op 23/10/1914---
  • FOBE Yvan geboren te Hamme op 14/06/1894 en gestorven te Ramskapelle, Hoeve ‘Violette’ op 10/05/1915 ---
  • GILLES Romain Henri geboren te Oosterzele op 14/05/1894 en gestorven te Ramskapelle, Hoeve ‘Violette’ op 30/09/1918 ----
  • GUILLAUME Marcel André geboren te Saint-Hubert op 05/11/1893 overleden te Sint-Joris- Nieuwpoort op 30/09/1918 ---
  • LEROY Leo Juliaan geboren te Passendale op 30/03/1890 en overleden te Ramskapelle, Hoeve ‘Violette’ op 24/10/1914 ---
  • MAERTENS Maurice geboren te Waardamme op 18/02/1894 en overleden te Ramskapelle, Hoeve ‘Violette’ op 09/05/1915 ---
  • MATHIEUX Albert Edouard Victor geboren te Barbençon op 04/06/1883 en overleden te Ramskapelle, Hoeve ‘Violette’ op 09/05/1915 ---
  • NYS Frans geboren te Berlaar op 17/08/1896 en overleden te Ramskapelle op 01/10/1918 ---
  • ORBAND Bernard Albert Ghislain geboren te Leuven op 07/08/1887 en overleden te Ramskapelle op 30/09/1914 ---
  • VAN STEENKISTE Jean Emile geboren te Izegem op 01/11/1889 en overleden op de Hoeve ‘Violette’ op 24/10/1914 ---
  • VYNCKIER Joseph Remi geboren te Izegem op 15/08/1890 en overleden te Ramskapelle, Hoeve ‘Violette’ op 16/12/1914 ---














2. Volgende persoon is overleden ter hoogte van de Uniebrug :

  • Augustinus Clementius VAN GORP ° te Arendonk op 23 april 1893 en gesneuveld te Sint-Joris bij Nieuwpoort den 21 october 1914 (met dank aan Maria Debie)


3. Gewonden te Sint-Joris :

Ronny Denys: 'Mijn grootvader Hilaire Ollevier was tijdens WO1 soldaat bij het 1e Linieregiment. Op 28/09/1918 lag hij met zijn eenheid voor hoeve La Violette, toen het eindoffensief begonnen was. Op 30.09.1918 tijdens de bestorming van de hoeve werd hij zwaar gewond door een obusinslag. Hij werd door de riposterende Duitsers gevangen genomen en verzorgd in een veldhospitaal te Gistel. Vandaar ging het via Brugge naar Duitsland waar hij in een kamp verbleef tot in het voorjaar van 1919, toen hij uiteindelijk naar huis kon komen.'

16 oktober 2008

Vrijdag 24 oktober 2008 - bezoek met VVF Westkust aan provinciaal archief van West-Vlaanderen

Hallo,

Wens je meer teweten te komen wat er allemaal te vinden is in ons Provinciaal Archief van West-Vlaanderen ? Dat kan !!!!!

Vrijdag 24 oktober om 14u00 uur : Bezoek aan het archief van de Provincie West-Vlaanderen te Brugge – Sint-Andries, Gistelsesteenweg 528

rondleiding door Marc De Vos, archiefmedewerker

nadien mogelijkheid tot opzoekingen !

De Provinciale Archiefdienst West-Vlaanderen is verantwoordelijk voor alle documenten opgemaakt of ontvangen door de verschillende administratieve en technische Diensten.
De Archiefdienst werd opgericht in 1994 met de bedoeling het geschreven en/of digitaal archiefpatrimonium vanaf 1794 en tot op vandaag goed te beheren en te ontsluiten.
Zo kan je er o.a. militieboeken en archief van milieuvergunningen consulteren.

Praktisch: We vertrekken in Veurne en Koksijde om 13u10 en rijden naar Brugge met gezamenlijk vervoer (carpooling)

Daarom is het noodzakelijk om vooraf te melden of je meegaat aan Joeri Stekelorum
stekelorum@skynet.be

graag tegen 22 oktober !!!

28 september 2008

WEERBARE MANNEN van Sint-Joris in 1552

Door een toevallige vondst in het VVF-archief te koksijde, en met de hulp van Yahoo west-vlaanderen-vrienden, kwam ik bij een lijst van de weerbare mannen van de Kasselrij Veurne in 1552. Deze lijst werd gepubliceerd in de Vlaamse Stam van 1980 (vanaf pagina 77)
Je vindt er de weerbare mannen van Sint-Joris en van de naburige gemeentes / parochies -telkens met hun uitrusting ernaast vermeld.

Vroeger had ieder dorp zijn weerbare mannen die onder de wapens konden geroepen worden in geval van nood, bv. bij vijandelijke invallen, troebelen of plaatselijk oproer. Het ging om manspersonen tussen 18 en 70 jaar. Vrijgesteld waren invaliden, kloosterlingen en ook de wereldlijke geestelijken. Voor de meeste gemeenten bestaan er nog lijsten van 1480 en 1552. Omstreeks 1479 -1480 was Maximiliaan van Oostenrijk in oorlog met Lodewijk XI. De Staten van Vlaanderen poogden inzicht te krijgen in het aantal strijdbare mannen en legden hiervan lijsten aan.

Veel familienamen van nu, kwam ik er niet tegen...

Veel leesgenot.