15 maart 2009

Wie weet er meer over de molen van Sint-Joris ?

Deze week hoorde ik voor het eerst een verhaal over een molen die in Sint-Joris zou gestaan hebben. Zijn er mensen die daar nog weet van hebben of een foto ?

Zou hij er ongeveer zo uitgezien hebben ?

Hieronder staat er wat ik weet :

Het zou een houten molen zijn die tot in 1818 in Nieuwpoort stond. Behoorde dan toe aan David Jansens. Door werken aan de vesting te Nieuwpoort moest hij verdwijnen. Werd terug opgebouw nabij de "Toevlucht" aan de Brugse weg te Sint-Joris. In 1841 kwam er een stenen versie.
In april 1873 zou hij verkocht zijn. Begin 20ste eeuw volgde ene Henri Hazaert (Osaer) dhr Edouard Jansseune op als molenaar.

Door een pijnlijk ongeval, kwam de molen in 1910 in het nieuws : "Door een molenwiek doodgeslagen : het tweejarig kind van Henri Hazaert, molenaar te Sint-Joris bij nieuwpoort, werd zondagnamiddag door een der molenwieken in den hals getroffen. De kleine is eenige uren nadien bezweken."

En uit diezelfde bron vernam ik dat de molen op 13 oktober 1914 werd gedynamiteerd door de Belgische genie.

13 maart 2009

PASTOORS van Sint-Joris door de eeuwen heen

De recentste wijzigingen zijn in het rood aangebracht.

Lijst van de gekende pastoors van Sint-Joris te Dijke(tot en met 1838 - geschreven door E.H. H. Vanhoutte)
    1. Laurentius van de Bout - gestorven in 1382
    2. Joannes Oosterlynck - pastoor in 1435
    3. Joannes Masin - gestorven in 1447
    4. Vincentius da Haga - gestorven in 1449
    5. Guilelmus Paradijs - gestorven in 1458
    6. Joannes de Roene - gestorven in 1481
    7. Nicolaas Meeze - gestorven in 1488
    8. Guilelmus Drinckewijn - gestorven in 1500
    9. Nikolaas Reyngoed - pastoor van ....tot 1559
    10. Petrus Boelaert - pastoor van 1593 tot 1601
    11. Judocus van Hecke - pastoor van ... tot 1603
    12. Aegidius Blomme - pastoor van 1642 tot 1647
    13. Joos de Brouwere - pastoor van 1649 tot 1653
    14. Jakobus Heyndrix - pastoor van 1658 tot 1670
    15. August Hardevuyst - pastoor van 1670 tot 1672
    16. Fredericus Swaene - pastoor van 1675 tot 1676
    17. Jacobus Belleynck - pastoor van 1676 tot 1678
    18. J.-B. Franque - pastoor van 1678 tot 1685
    19. Angelus Moens - pastoor van 1685 tot 1690
    20. Petrus Deyrickx - pastoor van 1690 tot 1691
    21. August Moens - pastoor van 1691 tot 1692
    22. Michael Portier - pastoor van 1692 tot 1704
    23. J.B. Reypkins - pastoor van 1704 tot 1705
    24. Frederik Canipel - pastoor van 1706 tot 1724
    25. Joannes Boudin - pastoor van 1724 tot 1730
    26. Petrus Rybens - pastoor van 1730 tot 1731
    27. Evrard de Vree - pastoor van 1731 tot 1737
    28. Remigius Duret - pastoor van 1737 tot 1751
    29. Thomas Vroome - pastoor van 1751 tot 1797
    30. Petrus Arnoldus Denecker - pastoor van 1797 tot 1818
    31. Everemondus (J.-B.) Noncklé - pastoor van 1818 tot 1838


      "Nadien zorgde het bisdom voor de pastoors.Ik betwijfel sterk of al deze datums correct zijn. Er komen ook gapingen in voor. Misschien wordt hieromtrent iets meer gevonden iin de norbertijen-abdij te Grimbergen. In hun archief bezitten ze volgende stukken met betrekking tot de Sint-Niklaasabdij van Veurne :
  • een necrologium vanaf 1716 (= boek waarop de overlijdens voorkomen)
  • een soort dagboek vanaf 1660
  • een paar handschriften + zegel vanaf 1500


    Deze documenten worden in geen geval uitgeleend. Wel mag men ze ter plaatse raadplegen. Misschien geraak ik nog wel eens in Grimbergen ".
    aldus E.H. H. Vanhoutte
Pastoors van Sint-Joris na 1838
  1. Constantinus Ameye - pastoor van 1838 tot 1852
  2. Franciscus Vandemeulebrouck - pastoor van 1852 tot 1853
  3. Augustinus Vanhee - pastoor van 1853 tot 1858
  4. Joannes Baptista Koopman - pastoor van 1858 tot 1868
  5. Jacobs Van Daele - pastoor van 1868 tot 1893
  6. Pieter Dewitte - pastoor van 1893 tot 1901
  7. Richard Sansens - pastoor van 1901 tot 1910
  8. Emiel De Jonghe - pastoor van 1910 tot 1914
  9. Renatus Dupont - pastoor van 1920 tot 1922
  10. Jozef Vanden Abeele - pastoor van 1922-1924
  11. Arthur De Brie - pastoor van 1924 tot 1936
  12. Edward-Jozef Sanders - pastoor van 1936 tot 1957
  13. Albert Verstraete - pastoor van 1957 tot 1967
  14. Maurice Deleye - pastoor van 1967 tot 1972
  15. Henri Vanhoutte - pastoor van 1972 - 1979
  16. Raf Dely - pastoor van 1979 tot 1987
  17. Norbert Lagast - pastoor van 1987 tot 1997
  18. E.H. Bacquaert - pastoor van 1997 tot 2008
  19. Albert De Vloo - Pastoor van 2008 tot
bidprentje EH SANSEN met dank aan Bart Steelandt





Bidprentje Arthur De Brie - met dank aan Robert Geldhof - Sint-Joris

Foto's : Marc Peel - Westende
Kleine anekdote van Marc : Niettegenstaande wij niet echt zeer kerks waren en ik 11 jaar oud was toen hij stierf, herinner ik mij nog iets merkwaardigs over deze pastoor. Wij woonden schuin over de kerk en het viel op dat als hij langs de straat wandelde en de kerk wilde binnengaan, hij rechtdoor wandelde tot juist voor de deur en dan 90° draaide,zoals militairen dit doen tijdens de drill, en zo de kerk binnen ging.
Bidprentje E.H. M. Deleye - met dank aan mijn buren, René en Jeannine Vieren -Bacqué - Oostduinkerke
Bidprentje Pieter Dewitte met dank aan Bart Steelandt

Hebben jullie nog gegevens of beeldmateriaal over priesters, contacteer mij aub.

23 februari 2009

Militairen WO II begraven op Oud Sint-Joris

Volgende militairen liggen begraven op 't kerkhhof van Oud Sint-Joris (van links naar rechts ) :

  • BOYD T. overleden op 31 mei 1940 - Royal Air Force
  • PASCOE W.A. overleden op 13 maart 1942 - Royal Air Force
  • TURNOCK J.S. overleden op 13 maart 1942 - Royal Australian Air Force
  • WINTER G.N. overleden op 13 maart 1942 - Royal Air Force
  • HART I.E. overleden op 13 maart 1942 - Royal Australian Air Force
  • WOODWARD J. overleden op 13 maart 1942 - Royal Air Force
  • COONEY P.J.D. overleden op 13 maart 1942 - Royal N.Z. Air Force
  • WINTER R.H. overleden op 28 juli 1944 - Royal Air Force
  • HOFFMAN W.G. overleden op 28 juli 1944 - Royal Canadian Air Force

Klik op de foto hieronder om hun grafzerken van dichtbij te zien


15 februari 2009

Zondag 22 februari om 10u30 - Tuinen van eeuwige rust

Als VVF-bestuurslid wil jullie graag uitnodigen op onze volgende activiteit :

Geleid bezoek aan het kerkhof van Koksijde

met aandacht voor grafmonumenten, grafsymboliek,
lokale geschiedenis enz.

rondleiding door lic. Evy Van de Voorde



Evy Vandevoorde studeerde in 2002 af als archeologe aan
de Ugent, waarna zij nog twee jaar vergelijkende cultuur-
wetenschap volgde. In 2006 inventariseerde zij als
wetenschappelijk medewerker het funerair erfgoed van de
gemeente Koksijde. Na diverse andere projecten voor het
Abdijmuseum Ten Duinen 1138, werkte zij in opdracht van
het Koksijdse gemeentebestuur de publicatie over het
funerair erfgoed af.

Afspraak op het Sint-Pietersplein te Koksijde-dorp om 10u30 !

Info: stekelorum@skynet.be

09 februari 2009

BOERDERIJEN

Hierbij doe ik een oproep tot iedereen om deze rubriek te helpen aanvullen - deze omvat de namen van de boerderijen van Sint-Joris met hun opeenvolgende uitbaters/eigenaars.

Uit een 17-de eeuwse studie van annalist P. Heinderijcx bleek dat Sint-Joris een landbouwstreek is, "het zijn vande beste landen van Veurneambacht."
De eerste statistieken omtrent de verspreiding van de boerderijen dateren van 1697 en werden opgemaakt door Anthone van Uutterecht, hoofdman van Sint-Joris . Hij was zelf landbouwer en daardoor zijn we overtuigd dat de gegevens betrouwbaar zijn.
In 1697 telde Sint-Joris 15 hofsteden, waarvan er 2 verlaten waren.
Na 1845 tellen we 13 grote en 2 kleine hoeven. [7 Hoeves bevonden zich aan de rechterijzerdijk, 6 aan de linkerijzerdijk en nog 2 kleinere hofstedes (van de We Arthur Inghelbrecht en Maes Charles) ]
In 1914 telden we 13 grote hoeven en 5 kleine (na WOI kwamen er niet minder dan 15 hoeves bij !)
In 1952 waren er 20 grote hoeven en 13 kleine
.

1. De Violette - Violettestraat
De oudste datering van de hoeve 'de Violette' vinden we terug op een kaart van het kaartenboek Lowys de Bersacques uit 1653 (Rekeningen Ten Duinen, 172). Dit boek is terug te vinden in het Archief van het Seminarie te Brugge.
Voor 1914 stond de boerderij in de linkerhoek van de weide links van het huidig woonhuis. Door de grote ravage van WO I werd beslist in 1920 de boerderij herop te bouwen op de huidige hofplaats.
  • Loones Victor, zoon van Franciscus en Florizoone Amelia (° 28/09/1847 Oostduinkerke) huwde te Oostduinkerke op 25/10/1882 met Torreele Justine (° 13/08/1854 Oostduinkerke) In 1894 verhuisden ze van hun boerderij te Oostduinkerke naar de hoeve de Violette. Uiteindelijk moesten ze in 1914 de hoeve verlaten door WO I.
  • Loones Aimé, zoon van Victor (° 13/05/1897 Sint-Joris a/Yzer - + 19/08/1973 Oostende) - Huwde op 19/05/1926 te Stuivekenskerke met Peelman Mathilde (° 12/04/1903 Heusden-Gent - + 05/02/1964 Nieuwpoort). Aimé bouwde de Violette terug op in 1920 en zou er blijven tot 1962. Zijn zoon nam vanaf dan de boerderij over.
  • Loones Gentil, zoon van Aimé (° 29/06/1927 Sint-Joris a/Yzer - + 16/02/2004 Sint-Joris a/Yzer) huwde op 15/09/1953 te Nieuwpoort met zijn grote jeugdliefde Augustyn-Verbrugge Angeline (° 18/10/1928 - + 21/06/1987 Oostende). Na het overlijden van Gentil werd de hoeve verkocht.
  • Familie Rudi & Solange Swinnen (2005 -)

2. Hoeve familie Loones - Schoorbakkestraat - Transportbedrijf 'De Trekvogel'
Deze hoeve werd gebouwd na de eerste Wereldoorlog.

  • Loones Emiel ( neef van Loones Aimé, van de hoeve de Violette) & Dumon Alida
  • Loones Maria & Vansteenland Gentiel (dochter van Emiel )
  • Loones Florent & Vansteenland Maria (na overlijden van Gentiel, is broer Florent op de boerderij gekomen)
  • Loones Roger en zoon Loones Peter

3. Ter Stille - Schoorbakkestraat - Hoevetoerisme

  • Hoornaert Aloïs
  • Lammerant Marcel & Alice( -1967)
  • Stroo Gilbert & Sesier Marie-Rose (1967- )

4. Hoeve Ter Styllen - Schoorbakkestraat - Paardenpension

  • Defever Cyriel
  • Clarysse René & Roelens Emma
  • Provost & Vanoverschelde Romanie
  • Pruvost Kamiel & Martha
  • Pruvost Maria & Buysse Marc

5. Hoeve familie Mattelin - Brugse Steenweg
Boerderij brandde af na gasontploffing

  • Pitteljon Jerome
  • Beyne Louis & Alice
  • Beyne Margriet (dochter van Louis) & Mattelin Pierre (zoon Mattelin August)

6. Hoeve familie Maes - Brugse steenweg


Bestaat zeker al sedert 1845 als kleinere hoeve . Voor WOI was hier ook het gemeentehuis ondergebracht.

  • Maes Charles
  • Maes Charles
  • Kinderen Maes

7. Eendenhof - Brugsesteenweg - Catwalk Horse Team

  • Mus Henri
  • Hillewaere Henri & Averyn
  • Hillewaere Camiel & Elvira Willem
  • Hillewaere Willy & Loones Monique
  • Detry Stephan

8.

  • Esther Cerinius
  • Inghelbrecht Arthur &
  • Inghelbrecht Gerard &

9.

  • Meul Charles
  • Meul Florent (zoon van Charles) en Hilda

10. Laagland

Deze boerderij werd gebouwd na WOI op grond van de familie Vandevelde.




  • Stroo Cyriel & Alice Vanoverschelde
  • Stroo Simon (zoon van Cyriel) & Slembrouck Yvonne

11. Klein Nieuwlandpolderhof

  • Willem Maurice & Ramboer Yvonne (Willem is de broer van Elvira Willem die gehuwd was met Hillewaere Camiel)
  • Defruyt Lucien (1957-1990)
  • Defruyt Geert & Vanhee Dorine (1990 - )

12.

  • Portier Aloïs & Leonie
  • Mattelin August & Irma Vanderghote
  • Mattelin André & Godelieve Devreese
  • Mattelin Stefaan

13. Rode Poort

  • Vandevelde Michiel (°30/09/1721 in Booitshoeke). Hij trouwde, 27 jaar oud, in 1748 met Godelieve Victoria Provoost (°30/08/1719 in Oudekapelle). Zij was de weduwe van Pieter François Ketelers (+06/05/1747). Pieter François en Victoria boerden op de Roode Poort. Michiel Vandevelde was landbouwer, hooftman en kerkmeester. Hij overleed op 23/02/1777 in Sint-Joris. Godelieve Victoria is overleden op 03/02/1802 in Diksmuide.


  • Vandevelde Joannes Franciscus Eugenius (°14/11/1752 in Sint-Joris ; +10/03/1800 in Sint-Joris), zoon van Michiel en Godelieve Victoria. Hij huwde met Anne Therese Zwaenepoel (°1759 in Zoutenaaie ; + 17/12/1832 in Nieuwpoort).


  • Vandevelde Henricus Josephus (°23/05/1791 in Sint-Joris; + 25/10/1870 in Nieuwpoort), zoon van Joannes Franciscus Eugenius Vandevelde en Anne Therese Zwaenepoel. Hij trouwde op 03/04/1826 in Ramskapelle met Isabella Rosalia Jonckheere (°10/06/1805 in Ramskapelle ; +21/04/1827 in Sint-Joris).Henricus Josephus hertrouwde op 26/10/1835 in Schore met Sophia Christina Vandamme (°03/12/1810 te Schore).


  • Vandevelde Carolus Ludovicus (°06/05/1844 in Sint-Joris), zoon van Henricus Josephus en Sophia Christina Vandamme. Carolus Ludovicus is overleden in 1907. Hij huwde met Amelia Feys (°1849 in Sint-Rijkers ; + 1924). Beiden zijn begraven in Sint-Joris.


  • Vandevelde Cyrille Emile (°30/01/1878 in Sint-Joris), zoon van Carolus en Amelia. Hij is overleden op 29/05/1973 in Ramskapelle. Hij huwde met Alice Broucke (°19/05/1882 in Eernegem ; + 01/03/1967 in Ramskapelle).
  • De volgende Vandevelde was mijn vader André Jules Marie Vandevelde (°26/07/1911 in Sint-Joris). Hij huwde Alice Kerckhof (°24/08/1920 in Stalhille ; +24/11/1992 in Oostende).


  • De huidige landbouwer van de Roode Poort is mijn broer Charles Vandevelde, gehuwd met Lieve Vanwalleghem.( auteur M-Christine Vandevelde)

14.

  • Ryckewaert Hyppoliet
  • Meul Alfons
  • Meul Gilbert & Paula Dieleman
  • Meul Johan & Ria Coolaert

15.

  • Portier Emiel
  • Dezaeyer August & Sarrazijn Louise
  • Dezaeyer Pieter & Hubrecht Irma
  • Dezaeyer André & Houthoofd Marcella

16.

  • Tavernier Karel
  • Slembrouck Gaston & Rabaey Maria
  • Slembrouck Pierre & Houthoofd Andrea

17. Deze hoeve werd na 1918 verplaatst naar de hofstede van E. Jacobs
Verstegen Lodewijk


18. Deze hoeve werd na 1918 verplaatst naar de hofstede van Ch. Meul

  • Denecker Ernest

19. Verbrugges doeningsje


Deze hoeve noemde oorspronkelijk ‘den kalkoven’.

  • Op notarisakten is terug te vinden dat de eigenaar ene Frans De Jaegher was. Zijn echtgenote noemde Xaveria Van De Casteele.
  • Na hun overlijden werd deze eigendom toegewezen aan hun zoon Louis De Jaeger, die rijksveearts en grondbezittter was, wonende te Nieuwpoort.
  • De hoeve werd (onder Frans De Jaeger) uitgebaat door Hendrik Verbrugge en zijn vrouw Anne-Marie le Roy. Bij akte van 17 april 1855, verleden bij Meester Désiré De Brauwere werden zij de eigenaars.
  • Na het overlijden van Hendrik en zijn vrouw Anne-Marie le Roy, werd de boerderij toebedeeld aan zoon Frans Verbrugge en z’n vrouw Sophia-Rosalia Legein (dochter van burgemeester Ludovicus Legein).
  • Na hun overlijden baatten de Kinders Verbrugge de boerderij verder uit. Tot de laatste thuiswonende Verbrugge overleed.
    Op dit moment waren dan mijn grootvader Joris Verbrugge en neef Georges Verbrugge de enige erfgenamen-eigenaars.Er werd overgegaan tot een openbare verkoop op 31-10-1968.
  • Het hofstedeke werd toegewezen aan mevrouw Jeanne-Madeleine Claeyssens (van ‘les Pommiers)
  • Na het overlijden van Mevr. Claeyssens werd in 1981 alles toegewezen aan haar zoon Michel Moens. Die zou het later verkopen.
  • Uiteindelijk werd op 6 juni 1984, Johan Vandewynckel de nieuwe eigenaar.

09 januari 2009

Foto 1917 - Eddy Lambrecht

Vandaag ontving ik van Eddy Lambrecht een Duitse foto uit het jaar 1917. Daarop zijn terug te vinden : hoeve de Violette (fam Swinnen) , Terstille (fam Gilbert Stroo) en de Rijckenhoek (JP Vermeulen)

19 december 2008

Gedicht - Soldaat aan de IJzer

Een gedicht van Albert Megens


"Mijn" soldaat houdt sinds de junidagen van 1932 de wacht aan de oever van de IJzer. Vanuit Sint Joris tilt hij zijn blik over de rivier en laat die rusten in het polderland van Mannekensvere. Op ooghoogte, rechts van hem, verbindt de Uniebrug de gemeenten Nieuwpoort en Middelkerke, waartoe beide gehuchten respectievelijk behoren. Links van hem, op oneerbiedige afstand, raast het verkeer over de E-40, de autostrade die achter zijn rug naar onder meer Duinkerken en voor hem naar Oostende en Brugge leidt. De imposante, introverte schildwacht waakt over de honderdduizenden soldaten die tijdens de oorlog van 1914-1918 zijn gesneuveld. Het beeld werd hier geplaatst als eerbetoon aan de gevallenen van het Zevende Linieregiment tijdens de slag van de IJzer (van 17 tot 23 oktober 1914) en die van Lombardsijde (op 4 november 1914).


Aan de voet is de naam van de beeldhouwer vermeld. Deze signeerde met Ed. Vereyken. Hoogstwaarschijnlijk maakte hij de robuuste soldaat naar een aquarel van J. Hanot, gedateerd 1914. Het schilderijtje, in de zomer 1997 te zien op de expositie 'Fauvisme Front 1914- 1918' in de Vinkemkerk te Beauvoorde, is volgens de heer Luc Filliaert, een van de inrichters van voornoemde tentoonstelling, mogelijk later dan in 1914 maar in ruim voor 1932 vervaardigd. De heer Roger Rossey schrijft op 4 september 1997 aan de heer Etiënne Desaever (hoofd Dienst Toerisme & Cultuur van de stad Nieuwpoort): 'Na de oorlog werden honderden oorlogsmonumenten opgericht en ingehuldigd. Zoveel zelfs dat in de vroeg-twintigerjaren (tussen april en november) drie tot vier monumenten per week werden onthuld. Het is duidelijk dat de inspiratie van de beeldhouwers uitgeput raakte. En het is dus niet onmogelijk dat Ed. Vereyken het aquarel van Hanot als voorbeeld heeft genomen. "De geschiedenis van het bekoorlijke West-Vlaamse land en van de mensen die er wonen, is geenszins te begrijpen zonder dat men zich verdiept in de grote oorlog die daarin zijn diepe sporen nagelaten. Wie de dichter wil leren kennen, dient in diens werk door te dringen, want daarin houdt hij zich schuil.

1.
Sinds jaar en dag staat in Sint Joris een soldaat op wacht. Zijn uniform is dan ook uit de mode, zijn wapentuiga an onze gruwelen nauwelijks aangepast. Zij die vanuit Mannekensvere over de Uniebrug hem passeren, kijken op hem neer. Nochtans weet hij de meesten onder hen te imponeren. Zij knijpen in de rem en kijken om zich heen of zij zich vluchtig kunnen excuseren, nu zij daar staan, zo hoog, zo oog in oog met hem. Een enkeling daalt af tot bij de kademuur, zoals ik die eerste keer. Het was op het middaguur. De zon lekte bloed op de rivier. Ik had het kunnen weten: tegen de brute schoonheid van dit land bestaat nauwelijks verweer. Toen ik de aftocht blies, kwam er eindelijk beweging in de grenadier. Vreesde hij de dood die plassend van plezier zijn baantjes in de IJzer zwom en sloeg hij inderhaast zijn schaduw als een mantel om?


2.
Wat ik verafschuw, trekt mij aan. Hoe klein ook het dorp mag zijn, de dood staat er te kijk in steen, in brons, in porselein. Hij maait, hij graait maar wat. Kale jonkers met stokken en banier op oorlogspad, moedig dankzij het gisten van de domheid en het bier, schreeuwen luid om eigen waan en die van hun kanselier. In sukkeldraf gaan hen oudstrijders voor, (god weet waarom) van korporaal tot kletsmajoor met vaandels, slaande trom, te zijner eer tot in het graf. En ik? Ik volg gedwee zijn spoor, wanneer ik schrijf in regel, maat en woord, tot midden in mijn slaap waar ik het piepen van zijn adem hoor en op mijn moeders witte lijf zijn knoken in een slotaccoord.


3.
Is het de dood die zich verbeeldt hoe hij het slagveld van het snel verkeer de razernij beveelt, hoe zijn schaduw eenmaal lichtgeraakt zich neerlegt bij het korstmos op de kademuur voor hij mismaakt de spiegel van het water raakt? Wat trekt mij aan in hem? Het bulderen van zijn stem waarmee hij onverwijld de storm van zeehet land injaagt of het smiespelen met het riet wanneer hij de vermoorde onschuld speelt. Dit lage land is hem vertrouwd: hij kent er iedere greppel, elke kuil. Waar niemand hem vermoedt, houdt hij zich schuil, die lichtgeraakte infiltrant. In een blijmoedig kind dat om de hoek een boodschap haalt. In woorden zoet waar het naar taalt, legt hij een hinderlaag. Al is de oorlog uitgewoed, de wind geluwd, de lucht geklaard voor duif en ganzevoet, een bunker blijft een sarcofaag.


4.
Een boommossel knaagt aan zijn voet. Verwoed graaft hij zijn graf. Ten einde raad wordt in het sas de hand gelicht met voorschrift en gebod: het kwaad dient vlug gekeerd. Wellicht, denkt een batterij aan generaals, dat de vijand voor hoogwater zwicht. De zee gaat welgemoed aan land, vult de tranchées, terwijl de oorlog op zijn dooie akker verder woedt. Bij Pervijze valt een Senegalees en ook bij leper heeft de dood zijn zaakjes voor elkaar: de stad vernield, het British Empire uitgeteld en voor wie halsstarrig weerstand biedt met een grimas, heeft hij, scheutig als hij is, chloor- en mosterdgas. Wie van zijn bloeddorst ooit de dupe werd, die weet waarom de klaproos hier bachten de kupe roder is dan elders in berm of korenveld of langs de loop van een rivier.


5.
Aan de IJzer zoek ik nooit vertier, hoogstens mijn spiegelbeeld. Dat drijft voorbij waar ook de lucht ligt uitgesmeerd, in wolkenwit en hemelsblauw. Plots hoor ik achter mij de grenadier. Hij fluit mij zacht. Met deels verweerde beitelslag achter zonnedauw en schapengras brengt hij geroerd zijn rouwbeklag. Voor de officier in keurig Frans, in het Vlaams voor wie krepeert. Zijn loden jas stinkt naar carbid. Of is het kruid dat uit de plooien schiet? Op de rechterheup draagt hij een tas, een schop aan de andere kant. Hij lijkt mijn kleine vader wel, toenik nog aan zijn voeten lag. De blikwaarmee hij alles overzag: militant maar ook versteend van angst, en alleszins verongelijkt.


6.
Bij guichelheil en blaasjeskruid, bij zonneschijn en regenweer ga ik mijn dodengang. Bij het naderen van de brug hoor ik steevast zijn klaaggezang. Nochtans houdt hij de lippen op elkaar. De helm heeft hij afgezet, wellicht voor een dronk uit de rivier of voor een schietgebed. Hij klampt zich vast aan zijn geweer. Straks geeft hij grif de geest aan water, licht en vuur. De lucht betrekt bij toverslag. De wind steekt op. Het zand ontploft als eens op een novemberdag.


7.
Wie heeft zijn baard geknipt, zijn jas gekuist, het gras geplukt dat uit zijn laarzen sprong? Wie heeft de scheuren in de sokkel dichtgesmeerd, de trap gestut en deels het zilveren pad geasfalteerd? Zijn zwijgzaamheid heeft hij goddank niet afgelegd. Een visser die een lijn uitwerpt, zegt zonder schroom: 'Van Brussel kwam een camion, met borstel, beitel, hete stoom.' Zo kuist en slikt men doorgaans in dit land wat smoezelig werd van hogerhand, met afgewende blik voor zoete koek. Ik zie het bloederig neergaan van de zon als ik verwoed de zee met schuimbek en gegrom om hondenweer verzoek.


8.
Het is snikheet op deze laatste julidag. Met twee bomen aan de waterkant vielals bij donderslag het scherm dat zomers nog wat beschutting gaf. Wel is op zijn hoofd een vogel neergedaald, maar diep beneden heeft de vis het duur betaald.Zelfs de trouwe hengelaar heeft afgehaakt en ook de jager in het veld staat paf. Zij bedrinken zich in het café. De zilvervloot waarmee ik huiswaarts keer, trekt richting zee. Die stille ganggrijpt naar de keel. Toch blijft hij paraat, de introverte frontsoldaat, zelfs als de stank van het zinderendstrijdtoneel hem op de adem slaat.


9.
Hij tilt zijn blik over de riviertot in het land dat tegen snelvertiereen dam opwerpt. Torenhoog kalft het de kustlijn af. Onheilspellend snerpt de tram. Onder helmen hijst het gras de witte vlag. De zee toont nog respijt. Straks jaagtzij het volk de stuipen op het lijf, vloekt zij het stijf waarna het inderhaasten roodverbrand de aftocht blaast. Onverstoorbaar kijkt hij het na vanaf zijn hoge post. De schaduw van zijn jas valt over mij. Ik sla de ogen neer: opnieuw schoot ik tekort, werd hij door mij niet afgelost.


10.
0, lieve Astrid, moeder mijn, u balsemt mij met weemoed en weekhartigheid. Uw engelenstem ruist door mijn bloed, uw witte handen helen mij een leven lang, tot ik de angst voorbijben ingedamd en uitgewoed. De benen worden stram, de spieren stijf. De sokkel die mij draagt, scheurt hier en daar.Eenden gaan voorbij in vogelvlucht. De dag gaat onder zeil, de zon in een cliché. Ik die de tijd verdrijf met lezen en gezang, neig niettemin van lieverlee tot twijfelzucht. Doe ik het woord gestand of ga ik overstag voor luid gefluit of hoorngeschal ?Ik recht de rug en staar de polder in. De pen waarop ik schraag zoekt naar een tegenzin. Een ranke vrouw met mirtein het haar reikt mij een veldfles aan. Zo dorst ik naar de zoete wraak, die liefde heet, hoor zwijgend van haar ruggespraak.


11.
Hij is mijn onverschrokken kameraad die mij bij nacht en ontij wakker houdt en ook strijdlustig maakt. Hij heeft paraat wat ik voortdurend mis of mij ontschoten is: de lieve aandacht van een vrouw, moeders kus voor het slapengaan, de geur van stopverf envan henneptouw, een schamel woord waar ik naar gis.Blindelings zoek ik als frontsoldaat mijn weg, door greppels en langs struikgewas tot ik op de vijand stuit, armen en benen strek, de lippen plooi, en voor ik zwicht, een luchtig deuntje fluit. Wat ik bestrijd tot aan de laatste snik, heeft hij zich ingebeeld, monumentaal en toegewijdals een gedicht.

Gedicht over de Ijzer

De IJzer

Eerbiedig opgedragen aan Z. M. Koning Albert

Ik weet een klein, een klein Rivierken,
Rivierken in het Vlaamsche Land:
't Is krom en slom, maar wijkt geen zierken
Hoe 't aan zijn oevers spookt en brandt.
Het komt voor eigen Vrijheid uit:
't Rivierken weert, 't Rivierken stuit
Den vloed van vuur, van grauw venijn
Der duivels van den Rijn.

Dat klein Rivierken is zoo
Hoezee! 't Rivierken is de IJzer!

Ik weet een klein, een klein Soldaatken,
Soldaatken in het droeve oord...
't Rivierken is zijn trouwe maatken;
Soldaatken wordt het hart doorboord...
Rioeit op zijn graf een bloemken teer,
Soldaatken leeft in 't bloemken weer,
En brengt zijn Landjen nog een groet
Met 't bloemken van zijn bloed.

Dat klein Soldaatken is zoo groot
!Hoezee! 't Soldaatken van den IJzer l

Ik weet een Koning van klein Landje,
Ik weet een kleine Koningin.
Hun beeltnis straalt er op elk santje,
En 't santje straalt elk harte in...
De Koning en zijn Vrouwelijn,
Ze waken bij 't Rivierken klein,
Ze waken met 't Soldaatken mijn ..,
En als hij valt, ze planten 't kruis,
En weenen stil in 't Duinenhuis,
En plukken later 't Bloemken rein,
En vlechten 't Bloemken rood en schoon
In eene wondre Vrijheidskroon:
Voor 't Land, als 't Land weer vrij zal zijn!

Die Koning en die Koningin! Wat zijn ze groot!
Hoezee! de Vorsten van den IJzer!

Joh. De Maegt - Juni 1918.

Overgenomen uit: 'De Vlaamsche Ziel' - 'Brieven van het Yser-front'.
(Uitgeverij Meulenhoff - Amsterdam - 1918)

05 december 2008

kerkelijk leven na WO I - Juffr. Maria Maes

om mijn trouwste fans te belonen, zet ik er vlug nog een presentje bij juist zo voor 6 december. Een soort dagboekje dat juffrouw Marie Maes bijhield. Dank zij dit document kunnen we ons een beetje de sfeer van vroeger inbeelden.




04 december 2008

Wie heeft er familie in de Normandie ?

Hallo,

Zo pas verscheen Boulevard des Belges ou de la Flandre à la Normandie door Isabelle Kaanen-Vandenbulcke.

Bijzonder boeiend en uitstekend gedocumenteerd. Ik citeer uit de tekst op de omslag (in de originele taal ten behoeve van de lijstgenoten in Frankrijk!)

Avec la guerre 14-18, des milliers de Belges s'implantent en France, notamment en Normandie. La vague en appelle une autre et la communauté belge représente bientôt le principal groupe d' étrangers dans la province normande. Aujourd'hui, leurs descendants sont français. Seul le nom de famille trahit encore l' origine.

Le document est une page d'histoire, celle des liens séculaires entre la Belgique et la Normandie et Ie témoignage d'une symbiose de deux cultures. II donne matière à réflexion sur notre monde d'aujourd'hui, du processus de l' émigration jusqu' à l' assimilation au peuple d' accueil.
Boulevard des Belges vous transporte aux temps de la révolution industrielle avec ses saisonniers et ses chanteurs lyriques, puis vous projette sur les chemins de l'exode. II traduit l'espoir dans la rage de reconstruire. Le voyage se termine dans les champs de lin de Normandie, aujourd'hui les plus beaux du monde.

Isabelle KAANEN -VANDENBULCKE, Boulevard des Belges ou de la Flandre la Normandie, Bruxelles (Editions Racine) 2008
Editions Racine, 52, rue Defacqz, B-1050 Bruxelles
http://www.racine.be/


Warm aanbevolen!!